Moeder natuurlijk logo

Trouble shooting

Er zijn weinig moeders die niet op enig moment tijdens hun borstvoedingsavontuur tegen uitdagingen aanlopen. In dit hoofdstuk delen we een paar veel voorkomende problemen, de oorzaak daarvan en de oplossing. We willen en kunnen niet alles behandelen. Voor professionele ondersteuning bij borstvoedingsproblemen verwijzen we je naar een lactatiekundige of borstvoedingsorganisatie zoals La Leche League.

Stuwing

Stuwing is een combinatie van een verhoogde bloedcirculatie, vochttoename en de aanmaak van melk in je borsten. Onder invloed van het hormoon prolactine is de vochttoevoer naar je borstklierweefsel verhoogd en je borsten zullen vol en gestuwd aanvoelen. Een beetje stuwing tijdens de eerste week, meestal vanaf de derde dag is normaal en een goed teken. Toch kan stuwing erg vervelend zijn, vooral als je borsten gespannen en pijnlijk zijn. Het kan daardoor dat je kleintje wat meer moeite heeft met aanhappen.

Wat kan je doen als je stuwing hebt?

  • Bevorder de doorstroming: Leg vlak voor het voeden wat warme doeken of kompressen op je borst zodat de melkkanalen zich goed verwijden, waardoor de melk goed kan stromen.
  • Blijf regelmatig voeden, minimaal 8 tot 12 voedingen per etmaal
  • Voed je baby elke anderhalf tot twee uur overdag en voed ook ‘nachts minstens elke drie uur.
  • Wissel je borsten goed af. Kolf eventueel na de voeding nog wat af zodat de ergste spanning eraf is.
  • Als het aanhappen lastig gaat, probeer dan voor het voeden wat melk uit je borst te masseren of een klein beetje te kolven zodat je tepelhof weer wat soepeler is.
  • Gebruik na de voeding koude kompressen of koolbladeren. Dit dempt het gespannen gevoel.
  • Je kunt eenmalig je borst met een kolfapparaat helemaal legen als je ernstige stuwing hebt. Houd er wel rekening mee dat een lege borst stimulans is voor melkproductie en je daarmee eventuele overproductie in stand kunt houden.


Tepelproblemen

Borstvoeding geven hoort geen pijn te doen. Problemen met tepels worden, met uitzondering van spruw of een te kort tongriempje, vrijwel altijd veroorzaakt door onjuist aanleggen. Als je net met borstvoeding begint is het normaal dat je tepels de eerste dagen wat gevoelig zijn en moeten wennen aan het frequent drinken van je kleintje. Door het aanzuigen wordt de tepel twee- tot drie maal de oorspronkelijke lengte en dat is even wennen. Na een week of twee moet die aanzuigpijn wel verdwenen zijn.

Soms kan je na het voeden een blaasje op je tepel zien. Ziet je tepel er vervormd of afgeplat uit? Het kan het begin zijn van een tepelkloofje. Voeden met beschadigde tepels is bijzonder pijnlijk en wordt vrijwel altijd veroorzaakt door niet goed aanhappen. Let goed op de aanhap techniek van je kindje en laat bij twijfel een lactatiekundige langskomen om je te helpen bij het juist aanleggen, om meer problemen te voorkomen. Beschadigde tepels kunnen ook worden veroorzaakt door een te kort tongriempje, spruw, eczeem, verkeerd gebruik van een kolf of tepelhoedjes.

Wat kan je doen als je last hebt van beschadigde tepels?

Begin altijd met het achterhalen van de oorzaak en voorkom erger. Moedermelk heeft een antibacteriele werking. Laat na elke voeding wat van je melk op je tepels aan de lucht drogen. Verwissel je zoogcompressen regelmatig en gebruik het liefst zoogcompressen van natuurlijk materiaal. Heb je echt heel erg last van je kapotte tepel en zie je op tegen de voeding? Leg je baby dan even kort aan aan de kant waarmee je geen problemen hebt om de toeschietreflex op te wekken. Zodra de melk stroomt leg je hem aan de andere borst. Nu de melk stroomt hoeft hij minder hard op de tepel te zuigen en zal het minder pijn doen.

Spruw of candida

Spruw is een schimmelinfectie die wordt veroorzaakt door de candida albicans. Deze schimmel is bij iedereen aanwezig in het maag- darm en baringskanaal, op de huid en in de slijmvliezen. De schimmel leeft in harmonie met alle andere micro-organismen in ons lichaam maar kan door verschillende oorzaken een infectie veroorzaken, waarbij op de huid en slijmvliezen een ontstekingsreactie ontstaat. Spruw is zowel voor de moeder als voor baby erg vervelend, pijnlijk en ongemakkelijk. Om de infectie doelmatig te behandelen hebben beiden behandeling nodig.

Spruw is niet altijd zichtbaar en daardoor lastig vast te stellen. De volgende opsomming van mogelijke verschijnselen kan je helpen de juiste diagnose te stellen.

Symptomen bij de baby:
  • Soms zijn aan de binnenzijde van het mondje witte plekjes of stipjes te zien. De plekjes bevinden zich meestal op de tong, aan de binnenzijde van de wangen, op de kaakjes of op het gehemelte.
  • Rode of droge lipjes die gesprongen lijken.
  • Een parelmoerachtig beslag op de binnenkant van de lipjes en een rode tong of tongtopje.
  • Een pijnlijke luieruitslag
  • Je baby maakt tijdens het drinken een ‘klakkend’ geluid.
  • Je baby drinkt plotseling, na een periode probleemloos voeden, onrustig, lijkt ontevreden, laat de borst vaak los, slaapt kort of weiger de borst als gevolg van pijn of jeuk in zijn mondje.
Symptomen bij de moeder:
  • Pijn in je borsten of tepels tijdens en na het voeden, maar er is niets aan je tepel te zien.
  • Rode, pijnlijke, schilferige en gevoelige tepels.
  • Een kleurverandering van je tepel en tepelhof, van rozerood tot paars.
  • Kapotte tepels of kloofjes die zomaar kwamen en niet meer weggaan.
  • Een parelmoerachtige glans op je tepel en/of tepelhof.
  • Erge jeuk die overgaat in stekende of brandende pijn in je borsten, alsof je met naalden geprikt wordt, tijdens maar ook na het voeden.
  • Pijn in je rug of oksels die naar je schouders uitstraalt.
  • Een vaginale infectie.
  • Niet te verklaren verstopte melkkliertjes of telkens terugkerende borstontstekingen.

Behandeling

Bij de behandeling is het belangrijk dat zowel jij als je baby behandeld wordt, zelfs als maar een van jullie beide zichtbare klachten heeft. Zo voorkom je dat er over en weer besmetting blijft plaatsvinden. Meestal schrijf je arts een schimmelwerend middel voor zoals nystatine, miconazole of fluconazol. Naast het gebruik van de medicatie is het ook belangrijk dat je hygiënisch te werk gaat. Goed je handen wassen, schone bh’s en zoogkompressen dragen, wasgoed strijken om de schimmel te doden. Gebruik zo min mogelijk zeep en eet geen schimmel bevorderende voedingsmiddelen zoals suiker, gist, paddenstoelen en schimmelkaas.

In plaats van de reguliere medicatie kan je er ook voor kiezen gentiaan violet te gebruiken. Gentiaan violet is een fungicide en doodt schimmels in meerdere lagen van de huid. Neem voor het gebruik van gentiaan violet contact op met een gecertificeerd lactatiekundige.

Dsc 0072

Geelzucht

Veel baby’s worden de eerste dagen na de geboorte geel. Meestal is dit rond de tweede of derde dag en er is geen reden om je zorgen te maken. Tijdens de zwangerschap heeft je baby veel rode bloedlichaampjes in zijn bloed voor een optimaal zuurstoftransport. Zodra hij geboren is, krijgt hij zuurstof via zijn longen en heeft hij minder rode bloedlichaampjes nodig. Het overschot aan rode bloedlichaampjes wordt omgezet in biliruine. Het afvalproduct bilirubine moet vervolgens in de lever worden omgezet van vetoplosbaar naar wateroplosbaar zodat het via de darmen het lichaam kan verlaten. Omdat de lever vlak na de geboorte nog onrijp is en de darmpjes nog vol met meconium zitten is dit een moeizaam en traag proces.

Soms wordt gedacht dat moedermelk de oorzaak is van geelzucht, of het de symptomen verergert. Inmiddels weten we dat het juist en tekort aan moedermelk is die deze verschijnselen verergert. De meest voorkomende oorzaak van deze vorm van geel zien is onvoldoende inname van moedermelk als gevolg van voeden op schema, beperkte toegang tot de borst of bijvoeding met water. Hoe meer moedermelk je baby krijgt, hoe beter. De eerste moedermelk, het colostrum is laxerend. Zo raakt je baby snel zijn meconium kwijt en dus ook de bilirubine.

Note: Ernstige geelzucht wordt ook in verband gebracht met vroeg afnavelen en met het toedienen van vitamine K. Daarover meer in Module 7.

Borstontsteking

Een borstontsteking begint vaak met een verstopte melkkanaal; een blokkade van melkresten in de borst. Je hebt dan een pijnlijke borst met één of meerdere harde schijven en soms pijnlijke rode plekken. Een verstopping ontstaat omdat er onvoldoende doorstroming in je borst is.

Ga op zoek naar de oorzaak:

  • Draag je een knellende, strakke beha?
  • Heb je een voeding overgeslagen?
  • Is je baby snachts door gaan slapen?
  • Druk je met je vinger in je borst om het neusje vrij te houden?
  • Produceer je erg veel melk?
  • Heb je je borst hard gestoten?

Regelmatig je borst legen en doorstroming van je melk is nu erg belangrijk. Warmte kan daarbij helpen. Leg een half uurtje voor en tijdens elke voeding een warm washandje of een warm kompres op je pijnlijke borst. De kanaaltjes gaan daarvan goed openstaan en het bevorder de doorstroming van de melk. Begin tijdens elke voeding met de pijnlijke borst, als je baby hongerig is kan hij hem goed legen. Blijf borstvoeding geven. Als je de pijnlijke borst overslaat verergert het probleem. Borstmassage aan de pijnlijke kant is doeltreffend, maar doe dat alleen als de melk stroomt.

Bij een borstontsteking (mastitis) is sprake van een bacteriële ontsteking. Soms komt de ontsteking van buitenaf, bijvoorbeeld na spruw of als je beschadigde tepels hebt. Meestal is en borstontsteking het gevolg van een verkeerd of onbehandelde verstopping in een melkkanaal. Je hebt een rode, pijnlijke borst met voelbaar harde schijven. Je ben rillerig en koortsig en voelt je echt niet lekker, alsof je griep hebt. Het belangrijkst is om je borst goed te legen, warmte toe te pas en zo veel mogelijk rust te nemen.

Wat je kunt doen bij een borstontsteking:

  • Laat je baby je borsten goed leegdrinken.
  • Eventueel kun je met een kolf nakolven zodat je ontstoken borst zo leeg mogelijk is.
  • Vaak aanleggen, vooral aan de ontstoken kant.
  • Als je koorts hebt is het belangrijk dat je rust neemt en in je bed kruipt.
  • Gebruik warme kompressen voor en tijdens de voeding om de doorstroming van je melk te bevorderen.


Te weinig melk

Twijfelen over de hoeveelheid melk doet bijna iedere moeder die borstvoeding geeft, maar de kans dat je echt te weinig melk produceert, is erg klein. Soms twijfel je zo aan je melkproductie, dat je in een neerwaartse spiraal terechtkomt: je baby huilt veel wil vaak aan de borst en drinkt onrustig. Jij gaat twijfelen en je omgeving doet er vaak nog een schepje bovenop; ‘geef hem toch een flesje, dan weet je tenminste wat hij binnenkrijgt’. Als je daar aan toe geeft, dan is dat het begin van het einde. Het vraag en aanbod systeem wordt verstoord en áls je al te weinig melk zou hebben gaat bijvoeden zeker niet helpen bij meer melk aanmaken. Het werkt juist averechts, je borsten gaan steeds minder aanmaken.

Er kunnen veel oorzaken voor twijfel zijn:

  • Huilt je baby veel?
  • Word je door je omgeving aan het twijfelen gebracht?
  • Drinkt je baby erg kort?
  • Heeft je baby meerdere regeldagen achter elkaar?
  • Voelen je borsten minder vol dan voorheen?
  • Lekken je borsten niet meer?
  • Denk je dat je baby ineens minder hard groeit?
  • Wil je baby vaker aan de borst?
  • Ziet je melk er anders uit?

Twijfelen hoort er een beetje bij. Het is heel natuurlijk, want je kleintje ontwikkelt zich in rap tempo en elke dag is weer anders. Ook hierbij herhalen we de mantra nog maar een keer; kijk naar je kindje, volg je gevoel. En laat je niet gek maken door de omgeving. De kans dat je écht te weinig melk hebt is klein en mocht dat wel zo zijn dan is dat over het algemeen heel eenvoudig op te lossen door je kleintje simpelweg vaker aan te leggen.

Mogelijke oorzaken van te weinig melk:

  • Onvoldoende aanlegmomenten.

Als je baby slaperig is of onvoldoende om een voeding vraagt zal je product afnemen. Ook een baby die op een fopspeen zuigt, mist daardoor zuigmomenten aan de borst waardoor de borst niet voldoende gestimuleerd wordt om genoeg melk aan te maken. Ook onrustige voedingen hebben hun weerslag op je productie omdat je borsten dan onvoldoende worden geleegd en de prikkel missen om meer melk aan te maken. Als je kindje onrustig drinkt, ga dan op zoek naar de oorzaak daarvan. Krijgt je baby een tandje? Hebben jullie spruw? Ben je gaan menstrueren? Heeft je kindje oorpijn? Er kunnen veel redenen voor onrustig drinkgedrag zijn en het belangrijkste is om dar de oorzaak van te achterhalen en daar iets aan te doen.

  • Niet goed aangelegd.

Baby’s die niet goed aangelegd zijn kunnen de borst niet goed legen. Onjuiste drinktechniek kan worden veroorzaak door het gebruik van een fopspeen, een flessenspeen of tepelhoedje, maar ook door een verkeerde aanlegtechniek.

Bijvoeding. Kunstvoeding of vaste voeding bij de borstvoeding verstoort het vraag- en aanbodprincipe tussen moeder en kind. Iedere vorm van bijvoeding vermindert je productie. Voor een stabiele productie is het verstandig om ten minste tot 6 maanden exclusief borstvoeding te geven.

  • Schema’s

Heel soms wordt nog geadviseerd om op schema te voeden. Baby’s worden daarbij gereduceerd in aantal voeden en soms ook in de duur van de voeding. Om de drie a vier uur voeden en maximaal 10 minuten per borst is een advies dat soms nog steeds gegeven wordt, maar is heel erg achterhaald en staat lijnrecht tegenover het bereiken van een gezond evenwicht tussen vraag en aanbod. Kijk niet op de klok, kijk naar je kindje.

  • Problemen met toeschietreflex

Een toeschietreflex is noodzakelijk voor het goed op gang komen van de melkstroom. Sommige vrouwen hebben problemen met toeschieten door bijvoorbeeld pijn of spanning. Ook roken en alcohol hebben een negatieve invloed op het toeschietreflex. Het toeschietreflex wordt opgewekt door een verhoging van het hormoon oxytocine. Ook wel het knuffelhormoon. Om deze op te hogen is het belangrijk dat je goed ontspant, rustig wordt en liefde voelt. Kijk naar je kindje, aai hem, voel de liefde door je heen stromen. Als dat niet werkt is er ook een speciale oxytocine neusspray die het toeschietreflex op kan wekken. Deze is alleen verkrijgbaar op doktersrecept en omdat je toch te maken hebt met kunstmatige oxytocine die je hormoonbalans flink kan verstoren raden we je toch aan om hier terughoudend mee te zijn.

Wat kun je doen als je echt onvoldoende melk hebt?

Aanleggen, aanleggen, aanleggen.

  • Als je gewend was aan één borst per voeden, kun je nu twee borsten aanbieden. Laat je baby steeds eerst één borst goed leegdrinken. Je hoeft niet zuinig op je melk te zijn, er is voortdurend productie, zo lang er maar voldoende vraag is.
  • Leg je baby iedere 2 a 2,5 uur aan totdat je productie weer op peil is.
  • Houd je baby lekker veel bij je in de buurt, ga lekker samen in bad en in bed. Veel samen zijn, zo veel mogelijk bloot op bloot, warmte en rust stimuleren je oxytocine niveau en daarmee ook je melkproductie.
  • Als je werkt, meld je ziek. Neem veel rust en de tijd om samen te zijn. Voor de gezondheid van je kleintje is het belangrijk dat de borstvoeding snel weer op gang komt.
  • Leg je baby aan op ieder verzoek, ook als hij voor je gevoel net nog gedronken heeft.
  • Soms is het nodig om je baby wakker te maken voor een voeding. Een kindje dat normaal om de vier uur drinkt maar niet voldoende aankomt, zal vaker aangelegd moeten worden.
  • Als je je baby geen nachtvoedingen meer geeft kun je hem snachts weer gaan voeden. Nachtvoedingen zijn goud voor je melkproductie. Je proifiteert dan van de natuurlijke hogere prolactinespiegel en zo geef je je melkproductie een extra stimulans.
  • Kolf eventueel na elke voeding of tussendoor, ook hiermee geef je je melkproductie een extra impuls.
  • Je kunt ter ondersteuning kruiden gebruiken, zoals de borstvoedingsthee van weleda. Deze kruiden stimuleren de melkproductie.
  • Wanneer dit allemaal niet werkt zijn er ook medicijnen die productieverhogend werken. Je kunt bij je arts vragen om een recept voor domperidon, maar voordat je daar aan begint raden we je echt aan om een lactatiekundige om advies te vragen.
Dsc 0089

Te veel melk

Te veel melk hebben is bepaald geen luxeprobleem. Een overschot aan melk komt soms in de kraamweek al voor. Meestal verdwijnt dit overschot na verloop van tijd en ontstaat er een goed evenwicht tussen vraag en aanbod. Soms blijf je te veel melk produceren en zal je er iets aan willen doen. Een overproductie van melk kan gepaard gaan met een heftige toeschietreflex. Voor jezelf en voor je kind kan dit ongemakkelijk zijn. Bovendien heb je met een te hoge melkproductie een grotere kans op verstopte melkkanaaltjes en borstontsteking.

Te veel melk kan je herkennen aan de volgende kenmerken:

  • Je baby vertoont onrustig drinkgedrag; loslaten, hikken, verslikken en boeren;
  • Moet met goed aanhappen;
  • Borst weigeren;
  • Veel spugen en/of reflux;
  • Groene, schuimige ontlasting, soms met witte, onverteerde melkresten;
  • Last van krampjes en soms exploderende ontlasting;
  • Huilen na de voeding;
  • Verslikken in toeschietreflex
  • Onbevredigde zuigbehoefte;
  • Te veel aankomen (meer dan 300 gram per week)
  • Te weinig aankomen.
  • Na het voeden voelen je borsten nog vol aan;
  • Je hebt constant het gevoel van stuwing;
  • Je borsten lekken veel;
  • Je bent gevoelig voor verstopte melkkanaaltjes en borstontsteking;
  • Je hebt een heftige toeschietreflex.

Wat kan je doen bij te veel melk?

Bij een heftige toeschietreflex verslikt je baby zich vaak in de plotselinge stroom van melk. Het kan helpen om hem dan even van de borst te nemen, de melk te laten stromen en hem later weer aan te leggen als de melkstroom wat rustiger is. Je kunt ook van te voren een klein beetje afkolven om de borst wat zachter te maken en de toeschietreflex op te vangen. Kolf niet te lang want hiermee kan je juist de overproductie in stand houden. Je kunt ook je kleintje in de biological nurturing position voeden. Hierbij moet je kindje een beetje tegen de zwaartekracht in drinken, ze verslikken zich dan minder snel in het toeschietreflex.

Als je kindje te weinig aankomt of last heeft van groene, schuimige ontlasting dan krijgt hij waarschijnlijk heel veel eerste, waterige melk binnen en te weinig vette melk. Hier komt de term ‘voormelk’ en ‘achtermelk’ vandaan. De eerste melk is altijd wat wateriger en later komt de vette melk los zoals je eerder hebt kunnen lezen. Als je veel te veel melk hebt is de kans groot dat je kindje al vol zit voordat de vettere melk bij hem komt. Het lijkt dan dus alsof je te weinig voedingsstoffen in je melk hebt, omdat je kindje onvoldoende aankomt terwijl jij meer dan genoeg melk hebt. Maar het probleem is dus dat je kleintje niet bij de vette melk komt. Een oplossing daarbij is ‘blokvoeden’. Je kunt ervoor kiezen om één keer beide borsten goed te legen met behulp van een kolf. Laat je baby daarna beide borsten (na elkaar) verder leegdrinken. Hij krijgt nu de vettere achtermelk binnen. Voed e baby binnen een blok van drie uur steeds wanneer hij daarom vraagt aan dezelfde borst. Na die drie uur wissel je naar de andere borst. Zo krijgt hij niet steeds alleen maar de waterige voormelk binnen, maar ook de vette achtermelk.

Te kort tongriempje

Sommige baby’s worden geboren met en te kort of te strak tongriempje. Het tongriempje, een klein, dun membraan, verbindt de ong met de onderkant van de mond. Als dit membraan erg kort of strak is, leidt het vaak tot borstvoedingsproblemen. Een te kort tongriepmje belemmert namelijk een goede hap aan de borst omdat de baby zijn tongetje niet ver naar voren over de onderkaak kan leggen. Hierdoor ligt de tepel niet diep genoeg in de mond en kan hij de borst niet goed leegdrinken. Het voeden doet pijn, niet alleen in het begin maar gedurende de hele voeding. Er ontstaan vaak aanlegproblemen, met ernstige kloofjes tot resultaat. Kenmerkend voor een baby met een te kort tongriempje is dat hij een klakkend geluid maakt als hij drinkt en lastig het vacuum kan behouden met zijn tong. Onvoldoende melkproductie en onvoldoende groei zijn hiervan het gevolg.

Soms kan, met behulp van een lactatiekundige, ondanks een kort tongriempje toch succesvol borstvoeding worden gegeven. Op lange termijn kan een te strak tongriempje ook aandere problemen veroorzaken, zoals spraakproblemen, ijsjes eten, gebitshygiene- en stand, het bespelen van een blaasinstrument en tongzoenen. Het probleem van een te kort tongriempje kan snel en effectief opgelost worden door het tongriempje te knippen, vroeger ook wel ‘klieven’ genoemd. Deze ingreep is eenvoudig, pijnloos, veilig en snel en zou bij voorkeur tijdens de eerste week na de geboorte moeten plaatsvinden. Sommige verloskundigen kunnen de ingreep snel en eenvoudig uitvoeren wanneer zij bij je op controle zijn. Als jouw verloskundige de ingreep niet uitvoert kan je op www.borstvoeding.com een lijst vinden van zorgverleners die de ingreep wel uitvoeren.

Het nieuwe borstvoedingsboek

Er is nog veeeeel meer te vertellen over borstvoeding en alle mogelijke troubles. Als je écht álles wil weten over borstvoeding, dan is het nieuwe borstvoedingboek van Stefan Kleintjes en Gonneke van Velthuizen dé borstvoedingsbijbel die je moet hebben. Ook op de website van de vrijwilligersorgansatie La Leche League is heel veel informatie te vinden.

Ik wil graag op de hoogte blijven van alle interessante en waardevolle dingen die Moeder Natuurlijk doet en deelt.