Moeder natuurlijk logo

Anatomie

Onze borsten zijn gemaakt om te voeden. Dat is de hele reden dat ze aan ons lichaam zitten. Moedermelk wordt geproduceerd in het melkklierweefsel in de borst. De melk producerende cellen onttrekken water, lactose, vetten, aminozuren, mineralen en talloze andere bestanddelen aan het bloed en zetten dat om in melk voor de baby. Met dit hoofdstuk willen we je meer inzicht geven in hoe onze borsten werken zodat je gaat begrijpen waarom bepaalde dingen gaan zoals ze gaan.

De productie

De eerste fase van de melkproductie vindt tijdens de zwangerschap plaats. Je lichaam bereidt zich oor op het geven van borstvoeding. Je borsten zullen voelbaar en zichtbaar veranderen. In je borsten ontwikkelen het kanaalsysteem en het melkklierweefsel zich ter voorbereiding op de productie van moedermelk. Tijdens je zwangerschap stijgt het prolactine basisniveau in je bloed en halverwege je zwangerschap beginnen je borsten melk (colostrum) aan te maken. Onder invloed van de hormonen progesteron en oestrogeen wordt een volledige productie van melk nog even tegengehouden.

Na de geboorte van je baby en de geboorte van de placenta daalt plotseling het progesteron gehalte en wordt de melkproductie niet langer onderdrukt. In je borsten vindt nu een complex proces plaats, waarbij onder invloed van hormonale verschuivingen de effectieve melkproductie kan beginnen.

Het hormoon oxytocine is verantwoordelijk voor het ‘loslaten’ of ‘toeschieten’ van de melk. Door het zuigen aan de borst en het lichaamscontact wordt oxytocine aangemaakt. De oxytocine zorgt ervoor dat de spiercellen rondom de melk producerende cellen zich aanspannen en de melk naar buiten duwen. Wanneer je je baby aanlegt zal hij in eerste instantie snel en ritmische zuigbewegingen maken. Dit doet hij om het toeschietreflex op te wekken. Zodra de melk eenmaal stroomt zal hij langzamer en met lange teugen gaan drinken en slikken. Je kunt het toeschietreflex voelen als een soort lichte kramp of tinteling in je borst of tepel. Dat is het moment dat de melk los komt en gaat stromen.

Melkopslag

De melkaanmaak is een constant proces dat het ene moment trager verloopt en het andere moment sneller. De melk wordt tussendoor opgeslagen in de melkcellen en is bij aanleggen direct beschikbaar voor je baby. De opslagcapaciteit verschilt van vrouw tot vrouw en zegt niets over de melkproductie. Vrouwen met een kleinere opslagcapaciteit hebben een snellere melkproductie dan vrouwen met een grote opslagcapaciteit. Er is overigens geen verband tussen de grootte van de borst en opslagcapaciteit. Dat je geen borstvoeding zou kunnen geven omdat je kleine borsten hebt is dus een bakerpraatje. Hoe groot of klein je borst ook is, je kunt er zeker van zijn dat je borst prima in staat is om voldoende melk aan te maken om in de voedingsbehoefte van je baby te voorzien. Een borst helemaal leeg laten drinken zal nooit lukken; een borst wordt gemiddeld voor 76 procent leeggedronken en tijdens het voeden wordt weer nieuwe melk aangemaakt. Hoe leger de borst, hoe sneller de productie plaatsvindt.

Dsc 0191

Samenstelling

Vroeger werd gedacht dat er een verschil was tussen “voormelk” en “achtermelk”. Voormelk zou waterige melk met weinig voedingsstoffen zijn en achtermelk de goede, vette melk. Moeders maken echter maar één soort melk die altijd goed is. Het duurt wel langer voordat de vetcellen uit de borst komen omdat de dikkere, plakkerige cellen aan elkaar en aan de borstwand blijven plakken. Hoe langer de melk stroomt, hoe meer vetcellen er loskommen van de wand. Je kunt het een beetje vergelijken met een kraan. Op het moment dat je de warme kraan open zet voel je in eerste instantie koud water totdat na verloop van tijd het water lauw en daarna warm wordt. Zo is dat ook met borstvoeden. De melk wordt steeds vetter naarmate de borst langer stroomt. Als je de kraan weer dichtdraait en daarna weer open draait dan zul je zien dat je wel meteen warm water hebt. Zo werkt dat ook met de borst, hoe minder tijd tussen de voedingen, hoe vetter de melk. .

Reflexen

Wanneer je baby wordt geboren beschikt het over allerlei natuurlijke reflexen. Deze reflexen helpen hem bij alles wat hij nodig heeft om die eerste tijd buiten de buik te kunnen overleven. Veel baby’s zijn prima in staat om na de geboorte zelf de borst van de moeder te vinden, zijn hoofdje op te tillen en zelf aan te happen. Die eerste keer aanhappen vlak na de geboorte is super belangrijk voor de inprenting. Dit moment is alles bepalend over de verdere borstvoedingsperiode. Ook hierbij is ontspanning weer het magische woord. Zorg dat je ontspannen ligt, met je bovenlijf iets omhoog. Je baby ligt met zijn buik op jouw buik en met het hoofdje in de buurt van je borst. Laat je baby rustig zoeken en neem de tijd om hem aan te laten happen.

Biological Nurturing Position

Biological nurturing

Vanuit de zorg worden we snel gestimuleerd om te gaan zitten bij het aanleggen en voeden. Zeker die eerste voedingen is dit alles behalve ontspannen. Voor jezelf als het al geen aangename houding (denk even terug naar wat er allemaal aan die onderkant is gebeurd) en voor je kindje is het ook heel onnatuurlijk om vanaf die kant goed aan te happen. De zwaartekracht helpt hem juist tegen in plaats van mee en je moet hem met het hoofdje naar je borst toe duwen. Je kindje kan dit als een bepaalde vorm van dwang ervaren. Hij heeft zelf namelijk helemaal geen controle, terwijl hij vanuit zijn instinct dat juist wel zou moeten hebben.

Biological nurturing, ofwel instinctief voeden is de meest natuurlijke voedingshouding waarbij je baby optimaal gebruik kan maken van zijn natuurlijke instincten en reflexen. Je ligt onderuit gezakt, maar niet helemaal plat op je rug, met je baby verticaal op je buik. (zie afbeelding hierboven) Je ondersteunt je kindje met je arm zodat hij niet van je af kan rollen. Het is fijn om daar een kussen onder te leggen. Je kindje kan in deze houding perfect zelf aan happen en heeft over het algemeen weinig begeleiding nodig. Naast deze houding zijn er nog veel meer borstvoedingshoudingen mogelijk. Probeer uit en kijk wat voor jullie werkt. Meestal vergt het even oefening maar jullie worden er al snel heel handig in.

Goed aanleggen

Om de borstvoeding goed op gang te krijgen zijn de eerste dagen cruciaal. De essentie van borstvoeding is dat de baby goed is aangelegd. Een baby die goed is aangelegd, kan voldoende melk uit de borst halen. Die eerste dagen is de melkproductie niet enorm, maar dat hoeft ook niet. Je baby’tje heeft echt maar kleine beetjes per keer nodig. Zowel voor het op gang komen van de borstvoeding (vraag-aanbod principe) en het voldoende binnen krijgen van de aanwezige eerste melk, de super waardevolle colostrum, is het essentieel dat je baby goed is aangelegd.

Je kan nog zo veel melk hebben, als je baby niet goed is aangelegd kan hij het er simpelweg niet uit krijgen. Je baby zal dan lang aan de borst willen, snel weer om een nieuwe voeding komen en ontevreden zijn aan de borst. Als moeder denk je dan al snel dat je niet voldoende melk hebt, maar in de praktijk is dit vrijwel nooit het geval. Je tepels kunnen enorm pijnlijk worden door het verkeerd aan happen, in combinatie met een baby die vaak en lang wil drinken kan dit er voor zorgen dat je al snel de handdoek in de ring gooit. Heel begrijpelijk! Dit wordt vrijwel altijd veroorzaakt door verkeerd aan happen en is te voorkomen. Zoek op tijd hulp bij een gecertificeerde lactatiekundige.

Borstvoeding hoort geen pijn te doen. Onze ervaring is wel dat je tepels moeten wennen aan de voedingen. Wij hebben beide, die eerste dagen toch wel wat pijn ervaren bij het aanleggen. Na enkele dagen was dit over, het was echt een kwestie van wennen. Belangrijk daarbij is wel dat alleen het aan happen eventjes pijnlijk is, maar zodra de melkstroom op gang is de pijn helemaal weg is. Blijft de pijn? Zoek dan hulp.

Ik wil graag op de hoogte blijven van alle interessante en waardevolle dingen die Moeder Natuurlijk doet en deelt.